Nina Bobo: Joop | De Passant / Koen Verheijden

Nina Bobo: Joop | De Passant / Koen Verheijden

In Nina Bobo 2 is een zwarte bladzijde van de Nederlandse geschiedenis verteld vanuit verschillende perspectieven. Oorlogsmisdaden keuren we collectief af, maar stel nou dat jouw opa, jouw buurman, jouw beste vriend, jouw Moos, mede verantwoordelijk is voor deze daden? In Nina Bobo 2 worden de grenzen tussen de plicht van een soldaat en individuele verantwoordelijkheid onderzocht.

De straatlantaarns van de stad Breda springen aan. De maan klimt omhoog en de straten worden donker. In een eenzaam huis kijkt een oude man naar een groot schilderij van een Javaanse jongen die door een bosachtig landschap loopt. Het schilderij herinnert de oude man aan de sterren boven Java. Hij is bang voor de nacht, want in de nacht komen zijn herinneringen naar boven. Die nacht stapt de man in zijn auto en gaat de snelweg op, dronken over Brabants asfalt raast hij door de nacht.

Bij deze dronken nacht start de reconstructie van zijn laatste uren en zijn leven als KNIL-veteraan door zijn drie kleinkinderen. Zij, derde generatie Indische Nederlanders, proberen te begrijpen hoe anno 2022 deze geschiedenis in hun doorleeft. In Nina Bobo: Joop wisselen fragmenten van de Indonesische onafhankelijkheidsoorlog en het heden zich af. Een caleidoscopische herinneringsreis door het getraumatiseerde hoofd van de opa van de regisseur Koen Verheijden.

Nina Bobo: Joop is de tweede voorstelling uit de Nina Bobo-trilogie, waarin regisseur en schrijver Koen Verheijden als derde generatie Indische Nederlander zijn familiegeschiedenis centraal stelt om op het verleden te reflecteren. In 2023 zal deel drie verschijnen over Siepa, zijn Indonesische betovergrootmoeder. De drie delen zijn afzonderlijk van elkaar te zien en worden in 2024 als marathonvoorstelling getoond.

Waar in Nina Bobo 1 Saartjes’ verhaal centraal stond, een Indische vrouw die haar tong op een dag inslikte, staat in Nina Bobo 2 Moos centraal. Saartjes partner, KNIL-militair, onderdrukker, krijgsgevangene onder de Japanse bezetting, Nederlander, verliefd op Indië en bang voor Indonesië. In Nina Bobo 2 wordt van veel kanten de onafhankelijkheidsoorlog in Indonesië, een zwarte bladzijde van de Nederlandse geschiedenis, verteld vanuit verschillende perspectieven. Waarin afgevraagd wordt: ‘hoe kwamen die jonge jongens tot zulke daden in staat? In hoeverre waren die acties vrijwillig? Kunnen we hen hun daden kwalijk nemen? En ben ik zelf tot zulke daden in staat?

Waarom

De belangrijkste reden voor het maken van de Nina Bobo Trilogie is het geven van erkenning aan wat er in voormalig Nederlands-Indië is gebeurd en het genereren van erkenning van het koloniale verleden en hoe we daar anno nu naar kijken. Het is opvallend hoe weinig de gemiddelde Nederlander weet over de geschiedenis van Nederlands-Indië. Scholen besteden weinig aandacht aan het onderwerp en men spreekt er nauwelijks over. Dat is toch opmerkelijk? In Nederland leven er namelijk 2 miljoen mensen met Indisch bloed. Als er dan toch gesproken wordt over de geschiedenis van NederlandsIndië, dan is men vaak positief over de rol van Nederland. Nederland zou beschaving hebben gebracht naar Nederlands-Indië, door het brengen van cultuur, geld en werk. We spreken

dan niet over moorden en over de kampongs die de Nederlanders hebben afgebrand. We spreken dan niet over de mensen die moesten emigreren, over de martelingen en geweld dat is toegepast om de kolonie in Nederlands bezit te houden.

Een ander thema dat Nina Bobo aansnijdt, is de derde generatie Indische Nederlanders. Nina Bobo geeft deze generatie een podium. In bestaande literatuur, films en voorstellingen over Nederlands-Indië komt deze stem nauwelijks naar voren, terwijl juist deze generatie op zoek is naar haar identiteit en geschiedenis. Deze generatie wil meer weten over waar hun familie vandaan komt en wat er in de voormalige kolonie is gebeurd. Het is een complexe, onbekende geschiedenis met vele verschillende perspectieven die niet in één voorstelling te vatten is.

De maker

Koen Verheijden (Breda, 1994) is 2020 afgestudeerd aan de Toneelacademie van Maastricht. Hij werkte o.a. met Zaal 3 van Het Nationale Theater, Productiehuis De Generator, Kultuurfaktorij Monty, Podium Bloos, Acteursgroep Wunderbaum, stichting Likeminds, National Theater of Craiova (Roemenië), het Rietveld theater en HKU theater. Komend seizoen gaat hij o.a. werken met de Toneelmakerij en dansgezelschap Strange Strangers. Ook gaat hij verder werken met stichting Likeminds en Podium Bloos.

Research, veldwerk en interviews zijn vertrekpunten voor zijn werk. Zijn werk heeft een sterk maatschappelijke inslag en wordt gekenmerkt door voor en tegenstemmen naast elkaar te laten bestaan, zonder vooroordelen. Zijn signatuur is te herkennen aan een fragmentarische, poëtische en melancholische stijl. Een belangrijk thema in zijn werk is zijn Indische achtergrond. Andere thema’s in zijn werk zijn o.a. de Belarussische revolutie, de Nederlandse (de)kolonisatie, activisme en de klimaatcrisis. Ik vertrek vaak vanuit historische gebeurtenissen. Dit geeft de inhoudelijke basis. Door middel van de geschiedenis probeert hij zich te verhouden tot het heden en huidige maatschappelijke problemen.

In 2021 won hij de Piket Kunstprijs voor deze trilogie in wording.

De Passant

In 2021 is De Passant in het leven geroepen door Eefje van en Broek, Felix Welsink en Koen Verheijden, die tevens de dagelijkse leiding vormen. Onder begeleiding van Het Nationale Theater in Den Haag en Podium Bloos in Breda zet de Passant doelgericht en vol levensvuur haar eerste stappen in het (Nederlandse) kunstenveld. Dit doen zij door tenminste één werk per jaar te produceren.

De Passant vertelt de verhalen van de figuranten van het leven, de anonieme mens van wie het verhaal niet snel een podium krijgt, omdat hun verhalen normaal gesproken door de hoofdrolspelers van het leven worden verteld. Door deze verhalen te vertellen, hoopt de Passant mensen met elkaar te verbinden en kleine zaadjes te planten die zullen ontkiemen in bossen van verandering. Dit doet de Passant in eerste instantie via theatervoorstellingen, maar wanneer de inhoud hier om vraagt zijn andere vormen en disciplines zeker niet uitgesloten.