Interview met de regisseur van De Miraculeuze Comeback van Mea L. Loman

Square

Lekker in de zon met een windje in de stadstuin praten wij met Remco Melles, acteur en regisseur van de derde Rietveld Productie De Miraculeuze Comeback van Mea L. Loman.

Remco treedt in de voetsporen van Delftenaar Piet van der Pas die vorig jaar de Rietveld Productie regisseerde. Ze kennen elkaar nog van vroeger. De liefde voor acteren en theater heeft hij al vroeg meegekregen. Via Piet is hij bij de Delftse Komedie gekomen, waarna hij verder het vak inrolde. Ze zijn elkaar blijven volgen. Piet heeft zelfs dit stuk geopperd.

Het is een stuk met een lach en een traan. Het heeft veel ingrediënten; muziek, een goed plot, melodrama en is goed geschreven. Negen rollen, daar lag hij wel eens van wakker. Uitdagend, want hoe houdt hij die mensen allemaal bezig? Het is ook een lang traject, van maart tot en met september, maar dat blijkt juist een voordeel te zijn. Er is meer ruimte om te veranderen, om te groeien. Het is ook goed als je zolang bezig bent dat je een leuke tijd hebt en dat je iets van elkaar leert. Een andere belangrijke vraag die hij zichzelf stelde: wordt het niet allemaal wat gedateerd? Het stuk speelt zich af in de jaren ‘80 bij een toneelvereniging en behandelt thema’s die toen populair waren.  Echter, de manier waarop de karakters hun ambities nastreven doet bepaald niet gedateerd aan. Iedereen wil 5 minuten in de spotlight en daar hoort gekonkel, iemand passeren, valsig spel gewoon bij. Toen en nu.

Remco is een regisseur die werkt vanuit intuïtie. Zo ook bij de audities. Hij gaat niet alleen af op aanbevelingen, maar bedenkt opdrachten waar de creativiteit van de spelers naar voren komt. ‘Eugenie deed bijvoorbeeld bij de auditie iets meisjesachtigs, frivools en dat klopte met het personage.’ Zij speelt nu dan ook de hoofdrol, een Groene Weduwe, een overheersende moeder.

Hij gelooft dat je op je best bent als je voor je eigen plezier speelt. Liefhebberij. Hij wil iedereen op één lijn krijgen, tast motivatie af en zoekt glimoogjes bij het spelen. Soms is het nodig om aan te jagen of knopen door te hakken, maar wel opbouwend en met vertrouwen en openheid. Spelers moeten groeien in hun rol en het volledige proces. Als een soort spelcoach zorgt hij hiervoor. En samen met de producent (Marian), assistent (Anne) en technicus (Alex) vormt hij een clubje met het motto: alles wat beter is komt erin.

Het stuk gaat over de liefde voor theater. Wat bezielt mensen om er zo voor te gaan, zoveel voor te doen. Iets dat hij zelf heel goed kent, dat hem ook motiveert. Wat je ook terugziet in zo’n theater als dit of het Delft Fringe Festival. Liefde.